Ganzenbord is een klassiek bordspel dat je speelt met pionnen, een speelbord en twee dobbelstenen. Je probeert als eerste het laatste vakje te bereiken. Onderweg kom je vakjes tegen die je helpen of juist tegenwerken. Daardoor blijft het spel spannend tot het einde. Zoek je de Ganzenbord spelregels? Dan wil je waarschijnlijk snel weten hoe je begint, wat de speciale vakjes doen en wanneer je wint. In deze uitleg lees je stap voor stap hoe het spel werkt, zodat je meteen kunt beginnen. Ook als beginner volg je deze Ganzenbordregels moeiteloos.
De basis van de Ganzenbordspelregels is simpel: je probeert als eerste vak 63 te bereiken. Iedere speler gooit om de beurt met twee dobbelstenen. Het totale aantal bepaalt hoeveel vakjes je vooruit mag. Kom je op een speciaal vakje terecht? Dan volg je meteen de regel van dat vakje.Soms is dat gunstig, soms juist niet. De kern van de spelregels van Ganzenbord is bij bijna alle versies hetzelfde. Alleen sommige bijzondere vakjes verschillen per uitgave. Kijk daarom voor de start altijd even goed naar jouw bord en speluitleg. Zo voorkom je verwarring tijdens het spelen en blijven de Ganzenbordregels voor iedereen aan tafel duidelijk.
Voor Ganzenbord heb je maar een paar dingen nodig:
Je speelt meestal met 2 tot 6 spelers. Iedere speler kiest een pion en zet die vóór het eerste vakje. Spreek daarna af wie mag beginnen, meestal de jongste speler of de speler met de hoogste worp. Vanaf dat moment speel je om de beurt verder volgens de Ganzenbord spelregels.
Een beurt bij Ganzenbord verloopt in deze volgorde:
Kom je op een gewoon vakje terecht? Dan blijft je pion daar staan. Land je op een bijzonder vakje, dan voer je meteen de bijbehorende regel uit. In veel versies geldt bovendien een openingsregel. Gooi je in je eerste beurt 4 en 5? Dan ga je direct naar vak 53. Gooi je een 3 en een 6? Dan ga je meteen naar vak 26. Spreek voordat je begint af of jullie deze regel gebruiken, want niet elke uitgave van Ganzenbord kent hem.
De ganzenvakjes zijn de bekendste vakjes uit de ganzenbord spelregels. Land je op een vakje met een gans? Dan ga je nog een keer hetzelfde aantal vakjes vooruit als je net hebt gegooid. Dat maakt deze vakjes extra gunstig, want je maakt in één beurt ineens een flinke sprong. Op veel klassieke borden liggen de ganzen op vaste plekken, maar volg altijd het bord dat voor je ligt.
Speel je liever een ander tempospel met dobbelstenen en pionnen? Bekijk dan de spelregels van de klassieker Mens erger je niet, een spel met een net iets andere dynamiek.
Naast de ganzenvakjes kent Ganzenbord nog andere bijzondere vakjes. Die zorgen voor vaart en spanning tijdens het spel. Dit zijn de bekendste:
De precieze werking verschilt soms per uitgave. Kijk daarom vóór de start altijd even samen naar de afbeeldingen of de korte speluitleg op je eigen bord. Zo blijven de ganzenbord spelregels voor iedereen aan tafel duidelijk.

Je wint pas als je exact op vak 63 eindigt. Dat is een belangrijk onderdeel van Ganzenbord. Gooi je meer ogen dan je nodig hebt? Dan ben je dus nog niet meteen de winnaar. In de meeste versies tel je dan terug vanaf vak 63. Dat werkt zo:
Daardoor kun je de winst op het laatste moment nog mislopen. Dat maakt het einde vaak extra spannend. Controleer wel altijd even jouw speelbord, want sommige moderne versies gebruiken een kleine afwijking op deze regel.
Je speelt Ganzenbord meestal met 2 tot 6 spelers. Iedere speler krijgt een eigen pion en speelt om de beurt verder, van start tot de finish op vak 63.
Land je bij Ganzenbord op een vakje met een gans? Dan ga je nog een keer hetzelfde aantal vakjes vooruit als je net hebt gegooid. Zo maak je in één beurt een extra sprong richting vak 63.
Je wint Ganzenbord pas als je met een exacte worp op vak 63 uitkomt. Gooi je te veel ogen, dan tel je vanaf 63 terug en beland je verderop dan gepland.
In veel versies van Ganzenbord geldt een openingsregel. Gooi je in je eerste beurt 4 en 5? Dan ga je meteen naar vak 53. Gooi je 3 en 6? Dan ga je direct naar vak 26.
Beland je bij Ganzenbord in de put? Dan blijf je staan tot een andere speler je bevrijdt of tot je zelf een beurt overslaat. In de gevangenis verlies je één of meerdere beurten.
wat denk jij?